![]() |
Familie Jan en Nellie van Nijnatten - Goorden
Jan woonde aan de Hoeksetraat te Schijf.
| ||||||||||||||
|
Omdat er voor mij in Nederland weinig kansen waren om boer te worden, had ik samen met mijn vriendin Nellie Goorden besloten om te gaan emigreren.
Ik zou eerst een tijdje op verkenning uitgaan om haar daarna te komen halen.
Zo ben ik dan op 10 januari 1952 vertrokken naar Canada. De reis ging per vliegtuig van Amsterdam naar Morewood in Ontario. Via het emigratiebureau had ik daar werk gekregen. Daar heb ik een maand of vier gewerkt.
In het voorjaar ben ik naar Watford gereisd, waar Janus Kustermans, een goede bekende van mij, woonde.
Ik heb er de hele zomer gewerkt in de bietenteelt en later in de tabak.
In het najaar heb ik nog in een zoutfabriek gewerkt.
Ik (Nellie) zal deze bootreis wel nooit vergeten. Tien dagen op de boot en al die tijd ziek geweest. Ik kon niet eten of drinken, maar zo gauw we in Halifax in de haven aankwamen was het over. In Halifax zijn we in de trein gestapt en na twee dagen en twee nachten kwamen we in Wyoming aan. Hier woonde Janus van Nijnatten, een broer van onze Jan. We hebben een week bij hem ingewoond. In die tijd vond onze Jan werk bij een boer in Wallaceburg, ongeveer een uur rijden van Janus vandaan. Toen begon het echte leven.
De taal was heel moeilijk, vooral voor mij, maar we hadden geen keuze.
We moesten die zo vlug mogelijk leren.
Wij hadden voordat we weggingen twee winters Engelse les gehad, en dat hielp toch wel veel.
Wij moesten proberen om wat geld te sparen, want we waren toch naar Canada gegaan om te boeren.
In Nederland was toen daarvoor geen mogelijkheid.
Dat veranderde echter heel vlug toen wij allemaal weg waren.
In oktober 1953 is onze eerste dochter Annie geboren.
In de zomer, wanneer er niet veel werk was in de tomatenteelt, hadden wij nog tijd over om bieten op een te zetten.
En maar werken, van 's morgens vroeg tot's avonds laat.
Slechts 1 slaapkamer en drie kinderen, maar daar konden we niet bij stil blijven staan, het leven ging door. Later in dat jaar begonnen we toch eens uit te kijken naar een boerderij. Rond Wallaceburg was alles heel duur. Janus van Nijnatten, die inmiddels al een boerderij gehuurd had, en van plan was om te gaan kopen, raadde ons aan die kant op te komen. Daar hebben we dan ook een boerderij gevonden, die we in mei 1958 gekocht hebben. De boerderij lag dicht bij de Katholieke kerk en school. Dat vonden wij heel belangrijk. Wij begonnen te boeren met 1 koe en 10 zeugen. Onze Jan moest er nog bij gaan werken en kwam terecht bij een groot meelbedrijf (coöperatie). We moesten wel hele lange dagen maken.
In juni 1958 kwamen onze ouders voor de eerste keer over.
Jan zijn vader en moeder en mijn moeder.
Mijn vader durfde niet te vliegen en was daarom in Holland gebleven.
Omdat het zo'n verre reis was, bleven ze twee maanden.
Achteraf vond mijn moeder dat toch veel te lang.
Terwijl zij hier waren, werd onze derde dochter Marguerite in augustus geboren.
De eerste winter op de boerderij was heel streng met veel sneeuw.
Zulke strenge winters waren wij niet gewend in Wallaceburg, dat meer zuidelijk gelegen was.
Ondertussen bleef de familie uitbreiden en in 1966 kwam dochter nummer 5, Christine.
We kochten in 1966 nog een andere boerderij bij en hebben in totaal 235 gemet grond.
Ondertussen werd alles veel gemakkelijker op de boerderij.
De stal werd omgebouwd met een helling erin voor de mest en silo's erbij voor mais.
Onze oudste dochter Annie is verpleegster.
Ze is getrouwd en ze hebben twee kinderen.
Zij hebben een varkensbedrijf.
Ondertussen krijgt onze Jan zijn pensioen, maar we boeren nog gewoon door.
Wij hebben nu 500 mestvarkens en zo rond de 80 stuks mestvee.
|