Van Eynatten van Thys




Je kan de parenteel (stamboom) hier zien.



Op deze pagina vind je achtergrondinformatie over de tak Van Eynatten van Thys.

Allereerst komen aan bod de Heerlijkheden die de familie in bezit had.
Daarna een kaart van de omgeving, met daarop aangegeven de belangrijkste plaatsen, waar ze leefden en werkten.
Afsluitend van elke locatie waar een Van Eynatten Van Thys gewoond of gewerkt had een korte omschrijving.



De Heerlijkheden Thys, Nomerenge en Awilhour

Van deze Heerlijkheden is weinig bekend.
Thys (Tille, Tilhem) ligt in het Graafschap Loon en bezat een eigen rechtbank.
Tegenwoordig is Thys onderdeel van de gemeente Crisnée.


Herkenrode Tongeren Millen Thys Liège Abdij La Paix-Dieu te Jehay-Amay Huy Kaart leefgebied Van Eynatten tot Thys.
Je kan met de muis de plaatsnaam vinden.

Deze kaart van het Prinsbisdom Luik werd uitgegeven door Nicolaas Visscher II.



Hesbaye (België)

Het Graafschap Hesbaye (Haspinga, Haspengouw) moet meer dan waarschijnlijk de streek tussen Maas en Jeker hebben omvat. Het graafschap ontstond toen de Karolingische gouwen en graafschappen op het eind van de 9e en in de loop van de 10e eeuw verbrokkelden en nieuwe grenzen ontstonden. Het Graafschap werd in 1040 aan het prinsbisdom Luik geschonken. Aangezien het Graafschap Loon een leen was van Hesbaye werd de graaf van Loon automatisch een leenman van Luik.


Slag bij Bohemen (Dertigjarige Oorlog)

Callot, plundering en brandstichting in een dorp.

In november 1618 brak in het Duitse Rijk de Dertigjarige Oorlog uit. De oorlog begon als een klein conflict tussen de Standen van Bohemen en de Duitse keizer, maar de lokale brand spreidde zich al snel uit over het hele rijk. De eerste stap naar oorlog was de onwettige verkiezing van Frederik V van de Pfalz als koning van Bohemen. De "oude" koning van Bohemen eiste echter zijn rechten op en zocht steun bij Maximiliaan van Beieren en de katholieke liga.

Graaf Bucqouy. Dertigjarige Oorlog. In het kamp van het Keizerlijke leger van Ferdinand II die oprukken naar Bohemen en Praag, marcheren in de eerste gevechtslijnen, twee Waalse legerleiders: Tilly en de Bucquoy.
Karel van Eynatten vocht onder commando van Graaf Bucquoy.
Graaf Bucquoy was aanvankelijk in Spaanse dienst, doch ging, net als Tilly, met toestemming van Aartshertog Albrecht in dienst van Keizer Ferdinand II.
Zijn naam is eigenlijk Charles-Bonaventure Longueval, graaf van Bucquoy (1571-1621). Hij was een vertrouwensman van Aartshertog Albrecht te Brussel.
In juni 1618 begint hij een Waals legioen op de been te brengen dat moest ingelijfd worden in het keizerlijke leger. Hij was zo strijdlustig dat hij met zijn nog niet volledig uitgeruste leger reeds wil optrekken naar Praag.
Keizer Ferdinand II wilde hem absoluut als 'oberkommandierender' aanwerven en de Bucquoy, die wist wat hij op de militaire transfertmarkt waard was, vroeg en kreeg een maandgeld van 3000 gulden plus huisvestingsvergoeding.
Pas in Zuid-Bohemen aangekomen botste de Bucquoy meteen op een geduchte tegenstanders, en nog wel een landgenoot, graaf Ernst van Mansfeld!
Deze van Mansfeld was een natuurlijke zoon van Graaf Peter-Ernst van Mansfeld, die eens troepen-bevelhebber was in de Nederlanden onder Don Juan en Farnèse, gouverneur van Luxemburg, en na Farnèse's dood zelfs plaatsvervangend landvoogd. na enige tijd bleek dat Graaf Mathias van Thurn met zijn Boheems leger tot voor Wenen opgerukt, de Bucquoy laat van Mansfeld voor wat hij is en rukt onmiddellijk op naar Wenen. Door zeer behendige verschalkingsmanoeuvers weet de Bucquoy de stad te ontzetten.
Dan komt Tilly met zijn troepen bij die van de Bucquoy. Tilly wil onmiddellijk naar Praag oprukken doch de Bucquoy vraagt om even te temporiseren want de bevoorradingseenheden voor zijn troepen zijn te ver achter. "Vooruit, dappere aller Galliërs" roept Tilly hem toe "naar Praag!!!" - "Nou dan, maar dan moeten we zeer snel winnen of van honger kreperen!" snauwt de Bucquoy hem toe, en zij marcheren richting Praag, waar ze opgewacht worden door Ernst van Mansfeld en Mathias van Thurn.
Onderweg echter krijgt de Bucquoy, bij schermutselingen met de soldaten van Mansfeld een kogel in de buik! Dapper als hij is, wil hij van geen wachten weten. Op een draagberrie leidt hij zijn troepen tot aan de poorten van Praag.
Op de Witte Berg (Bila Hora) oostwaarts van Praag, wordt dan de beslissende slag geleverd tussen de keizerlijke Duits-Waalse troepen van Tilly, de Bucquoy en Wallenstein, was het Boheemse leger dat alleen enige militaire steun kreeg van de vorst van Zevenburgen Gabor Bethlen, kansloos.
Het Boheemse leger leed op de Witte Berg een zware nederlaag, alhoewel de veldslag slechts twee uur duurde. De Koning moest de wijk nemen en kwam in Nederland terecht.

Uitwisseling van de bekrachtigde oorkonden. Daarmee kreeg het conflict dat in Centraal-Europa tussen de katholieke en de protestantse vorsten gerezen was een dramatische ontknoping: de Dertigjarige Oorlog. Ook de Denen, de Zweden en later de Fransen raakten betrokken. In de Franse periode nemen de Fransen het voortouw in de coalitie tegen de Habsburgers en de vijandelijkheden vinden in deze periode plaats over heel Europa. Afgezien van enkele successen in Frankrijk zitten de Habsburgers overal in de verdrukking. Reeds voor 1640 worden onderhandelingen over vrede aangeknoopt, maar het zal evenwel nog tot 1648 duren voor de Vrede van Westfalen een definitief einde maakt aan de Dertigjarige Oorlog.
De Vrede van Westfalen omvat 11 verdragen, gesloten in 1648, die de Dertigjarige Oorlog beëindigden. Eén daarvan was de Vrede van Münster, waarin het bestaan van Nederland werd erkend.


St. Maartenskerk te Liège (België)

LE LOUP (Remacle), Vue de l'Eglise Collegiale de St Martin a Liege. - vers 1735. De St. Maartenskerk is een voormalige collegiale kerk.
Onder bisschop Notger (972-1008) ontwikkelde Luik zich tot een zelfstandig Prinsbisdom. In de 10e eeuw koos hij Sint-Maarten als patroonheilige voor deze kerk, de patroon van de soldaten. Dit gaf de militaire rol aan van deze kerk, die op de oude versterkingen van de stad gebouwd werd.
In 1291 werd de originele kerk door brand verwoest. Tijdens de 15e eeuw werd ze heropgebouwd. De nieuwe vierkante toren werd omstreeks 1410 voltooid. De rest van de gotische kerk dateert van de 16e eeuw.

Abdijkerk St. Gilles te Liège (België)

Abdij St. Gilles te Luik De in de 12e eeuw gebouwde voormalige abdijkerk werd eind 19e eeuw grondig verbouwd en vergroot. Het volk vereert hier St. Gillis, l'èwaré (de verbaasde) genoemd naar de gelaatsuitdrukking van dit 14e eeuwse beeld. Hij wordt aangeroepen tegen angst en zenuwziekten.

St. Janskerk te Liège (België)

LE LOUP (Remacle), Vüe de l'Eglise de St Jean à Liege. - vers 1735. Deze voormalige collegiale kerk werd in de 10e eeuw gebouwd naar het model van de Karolingische paleiskapel van Aken. De rotonde, de zijkapellen en het koor werden tussen 1754 en 1760 herbouwd.

Klooster van St. Agnes te Maaseik (België)

St. Twee begijnen uit het begijnhof buiten de Hepperpoort konden zich niet vinden in het leven in hun hof, dat buiten de muren van Maaseik lag, en vestigden zich binnen het stadje om samen een aan God gewijd leven te gaan leiden. In 1429 hadden ze een twintigtal meisjes om zich heen verzameld. De vrede met de andere begijnen werd hersteld en op het begijnhof buiten de stadsmuur werd voor hen een apart convent gebouwd. In 1430 werd het klooster besloten, de zusters namen de regel van Augustinus aan. Het liefst waren ze toegetreden tot het kapittel van Windesheim, de kloostertak van de Moderne Devotie, maar dat bleek onmogelijk, omdat het kapittel geen vrouwenkloosters meer in de gelederen wilde opnemen. Ze verenigden zich met drie andere kloosters in een eigen congregatie, het kapittel van Venlo. Dit stond eveneens onder invloed van de Moderne Devotie. Ten gevolge van oorlogshandelingen vluchtten de zusters in 1482 naar Susteren, en in 1485 vestigden zij zich binnen Maaseik.

Klooster "Maria Wee" te Roermond

een processie De Begijnen van de derde regel van de Heilige Dominicus stichtten de kerk: "Zeven Smarten van Maria". Daardoor kregen ze de naam "Maria Wee". Rond 1599 verhuisden zij naar het klooster van de Beggarden te Roermond. Zij dopen het klooster om in 'Maria-Wee', ter herinnering aan hun oorspronkelijke moederklooster, in 1530 door de watersnood weggespoeld. Bijna twee eeuwen blijft het klooster 'Maria-Wee' bestaan, tot het in 1784 door Keizer Jozef II wordt opgeheven.

Onze-Lieve-Vrouwebasiliek te Huy (België)

Onze-Lieve-Vrouwebasiliek te Huy De gotische kerk bij de samenvloeiing van Maas en Hoyoux is tussen 1311 en 1536 gebouwd van kalksteen en hardsteen. Doordat de bouw zo lange tijd in beslag nam, is een mengeling ontstaan van de flamboyant en de rayonnant gotiek. Ze heeft de plaats ingenomen van de Romaanse kerk, verwoest door een brand, waarvan nog een crypte is overgebleven, waar men de primitieve zuilen met geometrische kapitelen kan bewonderen.

Abdij La Paix-Dieu te Jehay-Amay (België)

Abdij La Paix-Dieu te Jehay-Amay De abdij van Onze Lieve Vrouw van Val-Dieu (Godsdal) werd in 1216 opgericht door Arnold van Corswarem die besloten had om zijn leven aan god te wijden en zijn vermogen gebruikte om een Cisterciëns klooster te bouwen. Als eerst locatie koos hij voor Oleye, maar in 1244 verhuisde hij naar de huidige locatie. Cistercienser monniken hadden de gewoonte zich op onherbergzame oorden te vestigen. Teruggetrokken van de wereld, meestal in een dal, konden zij zich toeleggen op hun enig middel van bestaan, het bewerken van hun gronden. Ze volgden daarin het voorbeeld van de Heilige Robert van Molesme, die op die manier opnieuw terug wou naar het oorspronkelijk ideaal en de regel van de Heilige Benedictus. De valei van de Berwinne paste helemaal binnen dit model.
De stichting van Val-Dieu fungeerde als bufferzone tussen het Hertogdom Limburg en het Graafschap Dalhem. Stilaan zouden de monniken het landschap omtoveren tot het karakteristieke "Land van Herve".
In 1248 tekende Ridder Thierry van Eynatten een huurcontract voor 30 jaar met de Abdij van Val-Dieu, voor de tienden van de Parochie d'Aubel die hij ontving van het leen van de Kloosteroverste van Luxemburg. Later, in 1262 verkocht de zoon van Thierry, Ridder Peter van Enathe, samen met zijn oudere broer Ridder Mathieu, hun moeder Alida en hun zus Cécile,met toestemming van de Kloosteroverste van het Klooster te Luxemburg, dezelfde tienden van de Abdij van Val-Dieu voor een som van driehonderdvijftig Luikse marken. Deze verkoopakte noemt ook de minderjarige broer Henri. De acte werd bezegeld door Walram IV (?-1279), Hertog van Limburg, Gérard van Seyska, Heer van Dolhain, en de stad Aachen.

Abdij van Herkenrode (België)

Abdij van Herkenrode met een reconstructie van de intussen verdwenen abdijkerk De abdij werd rond 1182 door Gerard, een Graaf van Loon gesticht. Hij verkocht een deel van zijn domein aan een broeder uit Aulne, die er een klooster voor Cisterciënzerinnen stichtte. De verkoop was bedoeld om zijn deelname aan de kruistocht te financieren. Daarnaast gaf hij een aantal tienden als onderpand voor een lening. Aangezien de Graaf overleed bij het beleg van Akko, kon hij zijn lening niet terugbetalen en verwierf het klooster aanzienlijke rijkdommen. In 1217 werd de abdij opgenomen in de orde van Cîteaux. Zij was de eerste en werd de grootste en rijkste vrouwenabdij van die orde in de Nederlanden.

Klooster te Millen (België)

Van dit klooster heb ik geen gegevens kunnen vinden.

Onze-Lieve-Vrouwekerk te Tongeren (België)

Onze-Lieve-Vrouwekerk te Tongeren De Onze-Lieve-Vrouwekerk was lange tijd een zogenaamde kapittelkerk, aangezien ze bestuurd werd door een kapittel, een kerkelijke instelling onder leiding van een deken. Wanneer precies een kapittel aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk verbonden werd, is niet duidelijk. Sommige bronnen beweren dat dit gebeurde in 804 bij de wijding van de kerk door Karel de Grote en paus Leo III. Maar de oorkonde die dit bevestigt, is een vervalsing. Met zekerheid kunnen we wel zeggen dat het oprichten van het kapittel vóór 967 gebeurde. In 1797 werd het kapittel afgeschaft door het Franse bestuur dat een volledige hervorming van de kerkelijke instellingen doorvoerde.


Neufchâteau en Ardenne (België)

Neufchateau, kaart van Arenberg (1609). Reeds in de 12de eeuw was de stad al van belang en genoot veel aanzien. Dit kwam onder meer door de aanwezigheid van een imposant kasteel op een heuvel. Aan de voet van het kasteel bevond zich een stad met een paar honderttallen inwoners. Een kleine stad met vestingen en drie poorten, nauwe straatjes, winkels en herbergen, een hal en kapel. Buiten de wallen, het platteland met zijn akkers, zijn wouden en zijn kleine nijverheden : molens, zagerijen en looierijen. De boeren eveneens, die uit naaste of verre dorpen optrekken, vinden elkaar te Neufchâteau. Dat is trouwens een constante aangelegenheid. Door de eeuwen heen is de stad immers de zetel van belangrijke markten gebleven.



Je kan de parenteel (stamboom) hier zien.