Van Eynatten

De familie Eynatten was een van de belangrijkste families tussen de Maas en Rijn. Ze hebben hun oorsprong in de dorp Eynatten, tussen Aachen en Eupen, dichtbij de Geul.
Hun genealogie is nauw verbonden met de geschiedenis van Limburg door het vele land die de familie bezat en de gebeurtenissen die enkele familieleden meemaakten.
Deze genealogie start in de 14e eeuw, maar ook in de 13e eeuw vinden we de namen van verschillende ridders en jonkheren Van Eynatten, het is echter tegenwoordig moeilijk tot zelfs onmogelijk om ze te plaatsen.



In het menu hiernaast vind je de stamboom van deze adelijke familie. En een uitgewerkt stuk van de tak Van Eynatten tot Thys.
Er zitten nu 937 personen in de parenteel.



Daarnaast heb ik de parenteel toegevoegd van de adelijke familie Crümmel van Eynatten. Deze familie heeft geen band met de familie Van Eynatten, behalve dat ze uit hetzelfde dorp afkomstig zijn.



Hieronder een korte beschrijving van het Hertogdom Limburg, het Prinsbisdom Luik en het Graafschap Loon, gebieden waar de familie woonde.




Hertogdom Limburg

Wapen van het Prinsbisdom Luik. Het Hertogdom Limburg was een van de oude Nederlanden en behoorde tot de Zeventien Provinciën. Het was grotendeels gelegen in de Zuidelijke Nederlanden en in het oosten van de Bourgondische Kreits. De politieke geschiedenis van dit gebied van de 13e tot en met de 19e eeuw was zeer complex, evenals zijn staatkundige geografie.
Het oude, oorspronkelijke Limburg ligt nu bijna geheel in de provincie Luik, en niet, in tegenstelling tot wat men zou kunnen denken, in de hedendaagse provincies Belgisch- en Nederlands-Limburg. Belgisch-Limburg omvat grotendeels het oude graafschap Loon, dat in 1366 geannexeerd werd door het prinsbisdom Luik. Nederlands-Limburg omvat voor het grootste deel Spaans-Gelderland.
Toegevoegde gebieden Wel hoorde de omgeving van Maastricht tot het Hertogdom Limburg in de ruime zin. Het oude Hertogdom Limburg, het graafschap Dalhem, het graafschap Valkenburg en het Land van 's-Hertogenrade vormden samen de Staten van Limburg en Overmaas, met een gezamenlijke delegatie in de Staten-Generaal van de Nederlanden. Dit geheel werd later ook wel Limburg genoemd.
Onder Brabant Sinds de Slag van Woeringen in 1288 stond het gebied onder Brabantse controle, en zo werd het vanuit Brabants gezichtspunt ook wel Overmaas genoemd. De Hertogdommen van Limburg en Brabant waren sinds dan verenigd in een personele unie, die vervolgens in Bourgondische handen overging.
Kaart van het Hertogdom Limburg (1477). Staats Overmaas Na de vorming van de Republiek, worden deze landen, voor zover zij in Staatse handen waren, beschouwd als generaliteitslanden, Staats-Limburg of Staats-Overmaas genoemd. Zij werden bestuurd door de Staten-Generaal, zonder er lid van te zijn.
Spaans Overmaas Het andere deel van de landen van Overmaas bleef in Habsburgse handen, eerst Spaans, later Oostenrijks.
Franse departementen In de Franse tijd wordt het Hertogdom opgeheven en opgenomen in de departementen van de Ourthe en de Neder-Maas.
Nederlandse provincies Nadien neemt Koning Willem I de departementen over als provincies van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, maar zij krijgen weer de namen van de oude vorstendommen. De koning hecht eraan, dat de oude naam Limburg niet verloren gaat. Daarom wordt deze naam nu toegekend aan het departement van de Neder-Maas, dat de nieuwe provincie Limburg wordt.
Taalkundige eenheid De nieuwe naamgeving was in zoverre gelukkig, dat dit gebied aan weerszijden van de Maas (in 1839 verdeeld als de Belgische en de Nederlandse provincie Limburg), een taalkundige eenheid vormt, waarvan de streektaal zich sterk onderscheidt van het Brabants en Gelders. Dat de taalkundige verwantschap van deze provincies in de naamgeving tot uiting kwam was winst, maar historisch gezien bezat dit moderne Limburg maar heel weinig overlap met het oude. Het oorspronkelijke Hertogdom werd zo een restgebied.
Luiks Limburg Het is enigszins ironisch, dat de Nederlandse koning inzake het oude Hertogdom nu toch precies de Franse indeling was gevolgd. Bijgevolg werd het oude Limburg nu Luiks territorium. Hiermee werd tevens het sein tot verdere verfransing van het gebied gegeven. Het oorspronkelijke stadje Limburg en het overgrote deel van het oude Hertogdom kwamen immers te liggen in het departement van de Ourthe, dat de nieuwe (Zuid-)Nederlandse provincie Luik werd. Het oude, tweetalige, maar in meerderheid Limburgs sprekende Hertogdom werd zo bestuurlijk en geografisch geheel ingebed in een Frans sprekende omgeving.

Bestuurlijke indeling
Bestuurlijke indeling van het Hertogdom Limburg. Bestuurlijke indeling Het hertogdom was ingedeeld in vijf schepenbanken of kwartieren:

Baelen, met Baelen, Bilstain, Eupen, Gulke, Hendrikkapelle, Limburg, Welkenraedt (?), Herbesthal en Membach.
Herve, met Herve, Charneux, Thimister, Cheneux, Clermont, Julemont, Asse, Moriroux, Groot en Klein Rechain, Dison, Hodimont, Soiron en Wodemont en daarnaast de vrije heerlijkheid Boland.
Montzen, met Montzen, Beusdael, Sippenaken, Gemmenich, Homburg, Moresnet, Kelmis en Teuven. Ook Lontzen werd tot deze bank gerekend.
Walhorn, met Walhorn, Astenet, Eynatten, Hauschet, Hergenraedt, Kettenis, Merold, Neudorf, Robatraedt en Raeren.
Sprimont, met Sprimont, Bauguen, Esneux, Hony, la Riviere, la Chapelle, Tavier en Villers-aux-Tours.

Prinsbisdom Luik

Wapen van het Prinsbisdom Luik. Het Prinsbisdom Luik was oorspronkelijk een Bisdom waarover bisschop Notger in 980 van de Duitse Keizer Otto II de heerlijke rechten kreeg en dus naast de geestelijke macht ook de wereldlijke macht kon uitoefenen. Vanaf dat ogenblik werd een deel van het Bisdom Luik een Prinsbisdom onder bescherming van de Keizer.
In 817 liet de kaart van Walcand en de Lijst van Prinsbisschoppen van Luik zien dat het Bisdom al Tongeren, Maastricht, Hoei, Dinant, Ciney en de abdij van Saint-Hubert in bezit had. De Noormannen verwoesten het gebied in 820 voor de eerste keer. Met het verdrag van Verdun van 843 werd Luik deel van Lotharingen. Het werd 985 door Keizer Otto II uitgebreid met het Graafschap Hoei. Het domein van Theux werd in 898 door Zwentibold, koning van Lotharingen, aan de bisschop van Luik geschonken. In de 12e eeuw werd deze heerlijkheid het markizaat Franchimont. Het Hertogdom Bouillon werd in 1096 gekocht van Godfried V en bleef (een apart) deel van het Prinsdom tot 1678.
In 1366 annexeerde Engelbert van der Marck het Graafschap Loon na de dood van Lodewijk IV van Loon, maar toch behield het Graafschap een grote autonomie. Zo kon de Prinsbisschop niet zo maar belastingen innen of verhogen, en moest hij bij zijn aantreden de oude privileges van Loon erkennen.
De Bourgondiërs slaagden er niet in om Luik toe te voegen aan hun bezittingen, maar wel om Prinsbisschoppen te installeren die hun goed gezind waren. Het conflict leidde er wel toe dat Karel de Stoute de stad Luik in 1468 platbrandde en een groot deel van de bevolking werd uitgemoord.
Kaart van het Prinsbidsom Luik (1786). Het Graafschap Horn kwam in 1568, na de onthoofding van Filips van Montmorency, aan de Prinsbisschop van Luik, maar het bleef een zelfstandig leen.
Luik maakte dus geen deel uit van de Zeventien Provinciën en bleef min of meer onafhankelijk tot de Franse annexatie in 1795, alhoewel het deel uitmaakte van het Heilige Roomse Rijk; de Prinsbisschop was er als rijksvorst lid van de Rijksdag.
In 1789 kwamen de Luikenaars, in de maalstroom van de Franse Revolutie, in opstand tegen hun Prinsbisschop. De Luikse revolutie eiste gelijkaardige hervormingen als in Frankrijk. Tegelijk kwamen de Zuidelijke Nederlanden in opstand tegen de Oostenrijkse heerser en stichten de Verenigde Nederlandse Staten, waarmee de Luikse republiek een verbond sloot. Maar de nieuwe Keizer herstelde niet alleen het gezag in zijn Zuidelijke Nederlanden; hij zette ook de Prinsbisschop terug op zijn post.
In 1795 was het uit met het Prinsbisdom. De Franse Nationale Conventie (Frankrijk) annexeerde op 1 oktober het gebied, en herschikten het in een aantal departementen: Nedermaas (Loon), Ourthe (Luik en het Prinsdom Stavelot-Malmedy), en Samber en Maas (Dinant en omgeving).
Het Prinsbisdom werd nu het gewone Bisdom Luik.

Graafschap Loon

Wapen van het Graafschap Loon. Van de geschiedenis van dit Graafschap zijn er weinig bronnen. Toch mogen we aannemen dat het Graafschap Loon in 1040 een leen van het Prinsbisdom Luik werd op het ogenblik dat het Graafschap Haspinga, waarvan het op zijn beurt een leen was, aan bisschop Nithard van Luik werd afgestaan. Er is geen geschreven bewijs dat het Graafschap vóór 1031 bestond.
Een Graaf van Haspinga was Arnold, een broer van Giselbert, de eerste Graaf van Loon. De leenrechtelijke band tussen hun beide ontstond hoogstwaarschijnlijk bij de regeling van de erfopvolging door hun vader Rodolf.
De Graaf bezat ook gebieden in Waals Haspengouw (Hesbaye) en op de rechteroever van de Maas. Voor de rechtsspraak was hij een vazal van de Keizer van het Heilige Roomse Rijk.
Borgloon was de eerste hoofdstad van het Graafschap, later nam Hasselt dit over.
Kaart van het Graafschap Loon. Na het kinderloze overlijden van zijn Graaf Lodewijk IV in 1336 eiste zijn neef, Diederik van Heinsberg de titel op. Pas in 1346 ging de Prinsbisschop met deze dubieuze machtswissel akkoord. Toen ook Diederik kinderloos stierf en zijn neef, Godfried van Dalembroek de titel opeiste, was de maat voor Luik vol en werd het Graafschap, na een lange strijd in 1366, geannexeerd nadat een andere pretendent, Arnold van Rummen, zijn aanspraak op de titel verkocht aan Luik.

De Prinsbisschop, die nu ook de titel van Graaf van Loon voerde, was wel zo wijs dat hij de bestaande rechts- en staatsstructuren behield. Op heel veel gebieden bestond er daardoor een ander stelsel in het eigenlijke Prinsbisdom en het Land van Loon, en behield het Graafschap een grote mate van autonomie. In 1522 werd die nog eens bevestigd. Zo kon de Prinsbisschop niet zo maar belastingen innen of verhogen, en moest hij bij zijn aantreden de oude privileges van Loon erkennen.