PARENTEEL VRIJ - Friesland

Je kan de parenteel zelf hier zien.

De familie Vrij uit Friesland is vanaf de tijd die we nu in beeld hebben (zeg begin 1700) merendeels woonachtig in het noorden van Friesland. Plaatsen als Dokkum, St. Anna Parochie, Metslawier, Berlikum zijn plaatsen die regelmatig terugkomen.
Het zijn veelal handswerklieden (timmerman, kleermaker, kuipersknecht, eekstoker, horlogemaker, schrijnweker) alsmede ook vaak werkzaam als landbouwer. Als landbouwknecht komen er dan regelmatig verhuizingen voor in het Bildtse. De diverse takken van de familie blijven veelal in Friesland. Daarop zijn uiteraard de nodige uitzonderingen zoals Frouke Vrij (1887-1937) die als mijnwerker naar Limburg gaat (Brunssum). Abraham Vrij (1885-circa 1975) die als boer naar Canada vertrekt. Vanaf 1850 zie je ook Vrijtjes naar Amsterdam, Amstelveen, Den Haag, Den Helder etc gaan. In Friesland blijft echter een "vaste kern". Bij de volkstelling van 1947 waren er in Friesland 44 personen die de naam Vrij droegen (van de in totaal 462 in Nederland).

De familie bracht diverse markante personen voort. Hun verhalen vind je hieronder:


Jan Harmensz Vrije en Antje Pieters Doornbos

De kinderen van Jan Harmensz Vrije en Antje Pieters Doornbos worden in diverse archieven vermeld.
Zoon Abraham (van circa 1774) zien we terugkomen in de Gerechtelijke archieven terwijl zoon Pieter (Pytter van circa 1768) als "dienaar van politie en justitie" regelmatig in de gemeentelijke archieven terug te vinden is als getuige bij geboorten en huwelijken.

Ronselen voor het leger van Napoleon. Het verhaal van Abraham is best spannend: hij kwam met de rechterlijke macht in aanraking wegens mishandeling van kastelein Luiten Pieters en sergeant Simon Joseph de Man. Dit gebeurde op 13 september 1802 te Dokkum en is allemaal na te lezen in de uitgebreide rapportage in inventarisnummer 6128 (26-01-1803) van het Hof van Friesland:
Sergeant Simon wilde Abraham Vrij en anderen ronselen voor militaire dienst (Napoleon). Na drankgebruik en toezegging in dienst te willen, ontstond onenigheid. Het handtekeningbriefje van de hoofdverdachte werd verscheurd en verbrand. Abraham Vrij had niet getekend. Ze wilden wel in dienst, alleen als cannonier te lande. Sergeant Simon had om ruzie te voorkomen aan de kastelein Luiten Pieters "vier dikkoppen" betaald. Echter de jongemannen pakten de sergeant en de kastelein en sleepten ze weg om ze vanaf het bolwerk te gooien. Zover kwam het niet door de komst van enige ratelaars (politie).
Vanaf september 1802 tot in ieder geval 26 januari 1803 was Abraham beklaagde en gevangene op 's-lands Blokhuis (Leeuwarden), verdacht van mishandeling en beroving, want van de sergeant was zilvergeld gestolen, alsmede zijn sabel, zilvergespen en meer van zijn uitrusting.

Douwe en Jannie Vrij

Douwe en Jannie Vrij met de ijscowagen. Douwe Vrij stond met mooi weer bijna iedere namiddag en avond op de "hoeke" met zijn motorbakfiets of ijscokar. Dat was een hele vooruitgang op de tijd dat er vanuit de stad soms een ijscokar verscheen in Oosterbierum. Als het korps "troch de buorren gong" of als de ouden van dagen terug kwamen van hun jaarlijkse uitstapje, dan zag het zwart van het volk. Dan was het dringen geblazen bij de ijscokar van Douwe en Jannie.

Douwe was een echte dorpsman, hij maakte graag met iedereen een praatje. Hij was melkboer van beroep en woonde eerst aan de zeedijk, een 100 meter ten westen van de brug over het kanaal bij het Fiskerspaed. Bij het Fiskerspaed was het vaak gezellig druk. Sommige oudere "sédyksters" hadden de jeugd liever niet te dicht bij hun "stek". Douwe Vrij ventte met zijn "brijauto" en later met motorbakfiets "bûtenút" en in "e buorren" en moest dus om in het dorp te komen altijd over de Slachte waar je de "rommelput" ook had. Wat de ijsverkoop betreft was hij ook vaak te vinden aan de Zeedijk op het eind van de Basweg bij Oosterbierum. Dat was vaak zijn zondagse "stekkie". Het was hier vaak razend druk

Bron: Oudheidkundige Vereniging Barradeel


Auke Adema en Grietje Vrij

Auke Adema in zijn dagelijks leven als drager van zakken kunstmest. Grietje Vrij viel op Auke Adema uit Franeker. Of het door de goede verzorging van Grietje kwam of de noeste arbeid die hij moest verrichten als zakkendrager is niet duidelijk maar hij won op 6 februari 1941 toch mooi alleen de Elfstedentocht. En dat in een mooie tijd van 9 uur en 19 minuten. Aan de wedstrijd deden 574 schaatsers mee, waarvan 494 de finish haalden.

Auke had op 30 januari 1940 ook al de 6e Elfstedentocht gewonnen. Deze overwinning moest hij echter delen met Dirk van der Duim, Cor Jongert, Piet Keizer en Sjouke Westra, omdat ze met zijn vijven tegelijk over de streep kwamen. De vijf schaatsers hadden in Dokkum afgesproken samen te zullen finishen, een afspraak die later bekend bleef als het Pact van Dokkum.

Auke Adema met Joop Bosman (Elfstedentocht 1941). Auke Adema met de organisator Hepkema (Elfstedentocht 1941). Auke Adema winnaar van de Elfstedentocht 1941.

Om redenen van privacy zijn van alle nog levende personen jonger dan 80 jaar de geboortedata verwijderd en zijn de voornamen als initialen weergegeven.